Eind 2025 nam een mevrouw contact met ons op met een indringend verzoek. Haar moeder was overleden en zij wilde graag afscheid nemen. Op het eerste gezicht geen zaak die binnen onze normale dienstverlening valt, maar soms is betrokkenheid belangrijker dan de strakke afbakening van taken. We kenden de dochter al langer en wilden helpen.
De situatie bleek ingewikkelder dan gedacht. Het enige wat bekend was, was dat de moeder overleden zou zijn. Verdere informatie had de dochter niet. De casus was ons niet vreemd: het afgelopen jaar hadden we haar begeleid bij het onder bewind stellen van haar moeder vanwege medische reden. Nadat de moeder werd opgenomen in een verzorgingstehuis had zij meermaals nadrukkelijk aangegeven geen contact meer met haar kinderen te willen. De familieband was al jaren verbroken.
Eén laatste wens
Zelfs dan is er soms toch nog die wens: een laatste moment van afscheid. Voor de dochter was dit de enige kans op een waardig afscheid. Er zou namelijk geen grote uitvaart plaatsvinden. Alles zou in stilte gebeuren.
De bewindvoerder van de moeder stond dat afscheid echter niet toe. Opvallend overigens daar het bewind bij rechtswege eindigt bij het overlijden van de onderbewindgestelde. Dat maakte de situatie extra complex. We hebben dagenlang geprobeerd om in gesprek te komen. We belden, mailden, drongen aan. Achteraf bleek de bewindvoerder op vakantie te zijn en de vervangers onvoldoende op de hoogte. Ondertussen tikte de tijd door, want volgens de Wet op de lijkbezorging moet een begrafenis of crematie binnen een bepaalde termijn plaatsvinden. Met een weekend ertussen werd het steeds spannender. We kregen zelfs geen informatie over de locatie van het lichaam. Alles werd afgeschermd, vaak met verwijzing naar de AVG.
Eén laatste optie
Op dat moment restte er nog maar één optie: een kort geding starten. Maar zelfs daarvoor moesten we eerst weten waar de overledene zich bevond. Wat volgde was een zoektocht van uren. Veel instellingen wisten niets, anderen wilden niets delen, en iedereen verwees naar de privacywetgeving. Pas laat op vrijdagmiddag kregen we eindelijk duidelijkheid. Nog net op tijd om te handelen.
We hebben dezelfde dag een kort geding aangevraagd. Tot onze opluchting kon de zitting al op maandagochtend om 09:30 plaatsvinden. Tijdens de zitting deden we een beroep op artikel 8 EVRM, dat het recht beschermt op respect voor privé-, familie- en gezinsleven. Uit vaste rechtspraak blijkt dat het niet kunnen nemen van afscheid onomkeerbare gevolgen heeft voor nabestaanden.
Een waardig afscheid
Gelukkig keek de rechtbank verder dan alleen de wens van de overledene. De rechter woog ook de belangen van de nabestaanden mee. Een van de belangrijkste overwegingen was dat het leven na een overlijden doorgaat voor degenen die achterblijven. Zij moeten verder, en een waardig afscheid is vaak een essentieel onderdeel van dat proces.
De uitspraak was duidelijk: de dochter mocht afscheid nemen.
Het blijft een bijzondere en emotionele zaak. Niet omdat het om een conflict ging, maar omdat zichtbaar werd hoe dun de lijn kan zijn tussen de formele rechten van een overledene en de menselijke behoeften van de nabestaanden. Soms is het recht vooral bedoeld om ruimte te maken voor menselijkheid.

